2 - 7 JANUARI 2020

Nieuwsitems

'Ik moet het heel erg van kracht hebben’

'Ik moet het heel erg van kracht hebben’

08 januari 2018

De baansprint is een sport voor sterke, opvallende kerels. Roy van den Berg spant daarbij de kroon, ook dankzij al zijn tatoeages.

Op zijn toch al imposante borstkas pronkt misschien wel het meesterwerk van de tatoeage-verzameling van Van den Berg. Een Japans masker, vergezeld van een fraaie set vleugels en de Latijnse tekst 'labor omnia vincit’. ,,Hard werken wordt altijd beloond”, zo luidt de vrije vertaling van de baansprinter. ,,Het Japanse masker staat voor strijd, past bij dat motto. Ik ben er echt van overtuigd dat je met voldoende arbeid alles kunt bereiken.”

Als er één tatoeage is die niet alleen zijn successen verklaart, maar ook zijn indrukwekkende verschijning, dan is het deze wel. Spit voor het gemak - thuis op de bank, met de benen omhoog - zijn Instagram-account eens door. Al snel komt het eerste filmpje voorbij van hem in de sportschool. Een halter op zijn schouders die de gewichten aan weerszijden amper nog kan dragen. Van den Berg zelf daarentegen geeft geen kik, wanneer hij door zijn knieën gaat. En weer omhoog. En nog een keertje.”

Bij het baansprinten is Van den Berg onderdeel van een select groepje toprenners. In de sportschool - of de gym, zoals hij het noemt - is hij de onvolprezen koning. Bij de deep squat, de zojuist beschreven oefening, tilt hij 265 kilo. Grofweg tweemaal het gewicht van Niki Terpstra en Dylan van Baarle, samen. Een koppel dat ook volledig in zijn brede lichaam past. ,,Ik train mijn bovenlichaam tegenwoordig helemaal niet meer. 0.0 procent. Blijkbaar gaat dat vanzelf, wanneer je core stabilty training doet.”

Dan, met een voor zijn woeste uiterlijk verrassend vriendelijke glimlach. ,,De sportschool heeft altijd een speciaal plekje in mijn hart gehad. Van jongs af aan ging het al erg lekker. Op mijn 17de kwam ik bij deep squat al tot 200 kilo. Ik was sterker dan mijn leeftijdsgenoten, en niet zo’n klein beetje ook. Die kracht omzetten naar snelheid is echter veel belangrijker. Ik moet het heel erg van kracht hebben, van grote verzetten en beuken. Anderen zijn flyers, die fietsen wat makkelijker.”

Opgepompt zijn de baansprinters nochtans allemaal. Het is zo’n wezenlijk onderdeel van hun sport dat ze ook tijdens de zesdaagse af en toe naar een sportschool in de buurt rijden. Van den Berg springt er vooral uit vanwege al die tatoeages. Op zijn armen, zijn benen, en dus zijn borstkas. ,,Mijn rug is nog vrij. Als ik nog wat wil, dan moet ik daarheen.”

De oorsprong van zijn 'hobby’ ligt in de BMX, de sport die Van den Berg in zijn jeugd beoefende. ,,Een paar gasten waar ik naar opkeek, zaten helemaal onder. Toen ben ik ook begonnen. Maar ik wil alleen tattoos die wat voor me betekenen. In Ierland kreeg ik ooit een klaverblad na het winnen van een race. Dat staat voor geluk, vond ik wel mooi. Dus dan neem ik er eentje van een klaverblad.”

In het baanwielrennen is hij voorlopig een van de weinigen met een tatoeage. ,,Ik zie het wel af en toe, maar niet vaak.” Hij lacht: ,,Dat wil niet zeggen dat het brave jongens zijn.”

Wij gebruiken cookies voor website analyse en marketingdoeleinden. Door onze site te bezoeken en te gebruiken, accepteert u deze cookies.
ACCEPTEER